Praktijkonderdelen

Het vernieuwde praktijkexamen
Tegenwoordig worden aspirant automobilisten nadrukkelijker opgeleid en geëxamineerd in zelfstandig rijden, gevaarherkenning, file rijden en milieubewust rijgedrag. Deze elementen hebben geleid tot nieuwe examenonderdelen, waardoor een goed onderscheid kan worden gemaakt tussen kandidaten die zelfstandig, veilig en verantwoord rijden en kandidaten die dat niet beheersen.

Zelfstandig route rijden
Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het zelfstandig route rijden kan op drie manieren worden uitgevoerd:

Oriëntatiepunten;
Bij dit onderdeel krijgt de kandidaat de opdracht naar een bekende plek te rijden, bijvoorbeeld een school, een sportclub, of winkelcentrum. Ben je onbekend in het examengebied, dan kan de examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats te rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. De kandidaat krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.

Meerdere routeopdrachten tegelijk;
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te controleren of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijfopdrachten. Een clusteropdracht kan ook tijdens het autorijden worden gegeven.

Met behulp van een navigatiesyteem;
Het rijden met een navigatiesysteem is een zeer geliefd onderdeel om het zelfstandig route rijden te toetsen. Het kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Navigatieapparatuur in de examenauto is tegenwoordig verplicht.

De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel zelfstandig rijden moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de examenrit. Het zelfstandig rijden zal minimaal 10 tot 15 minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoerd.

Bijzondere manoeuvres
Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoevres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht.

Omkeeropdracht;
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdend te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt. 

Parkeeropdracht;
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.

Stopopdracht;
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan.

Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. Het resultaat mag echter niet in de beoordeling en uitslag van het examen worden meegenomen.

Gevaarherkenning door situatiebevraging
Bij dit onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd warom hij dat op die manier heeft gedaan. Hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij daarbij gemaakt. Dit onderdeel hoeft niet meer voorafgaand aan de verkeerssituatie te worden aangekondigd. De bevraging kan een positieve of negatieve invloed hebben op de beoordeling van het examen.

Zelfreflectie
Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen kunnen en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie heeft als doel om het gedrag van de aspirant rijbewijsbezitter op een positieve manier te beinvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.

Milieubewust rijgedrag
Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Hierbij wordt vooral gekeken naar anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruik maken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van brandstofverbruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag. Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen aandacht besteed.